Historische informatie

Kasteel de Wildenborch, zoals dat nu te zien is, lijkt in niets meer op de sterke middeleeuwse vesting die tot in de zeventiende eeuw een grote defensieve betekenis had. De Wildenborch lag in een waterrijk en wild, moerassig gebied en die ligging maakte van het versterkte huis een bijna onneembare vesting. Aangenomen wordt dat het huis oorspronkelijk uit een sterke, vierkante woontoren bestond, omgeven door een moerassig, meermalen omgracht terrein (zie bij ‘foto’s’). Alleen de huidige toren van het kasteel bevat nog resten van de in oorsprong middeleeuwse voorpoort.

Eerste vermelding van de Wildenborch

De oudste vermelding dateert van 1371, als de Wildenborch in het bezit is van roofridder Sweder Rodebaert van Wisch († 1410). In 1427 wordt een Hendrik van Wisch genoemd als bezitter. De oudst bekende leenakte is van 1449. Het kasteel blijft lange tijd in handen van het geslacht van Wisch. De opeenvolgende heren leefden in een politiek rumoerige tijd en kwamen herhaaldelijk in gewapend conflict met de steden Zutphen en Deventer en met de hertog van Gelre. Er zijn in 1490 en in de periode 1506-1508 verschillende vergeefse belegeringspogingen gedaan. Vanaf 1523 legt de hertog van Gelre een vaste bezetting op het kasteel en hij verblijft er zo nu en dan ook zelf. Het geslacht van Wisch sterft in 1541 in de mannelijke lijn uit. Via een vrouwelijke erfgename komt het kasteel in handen van het geslacht van Limburg Stirum.

Verbouwingen en veranderingen van het landgoed

In de loop der eeuwen zijn er verschillende verbouwingen geweest. Vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw is het snel in verval geraakt, waarna het in 1700 werd verkocht. Van het kastelencomplex was toen alleen nog maar de bewoonbare poorttoren overgebleven. Na verschillende bezitswisselingen werd de Wildenborch in 1757 geveild. Het is de kopers waarschijnlijk alleen te doen geweest om de vijfduizend eiken die op het terrein stonden. Nadat deze geveild waren, werd het landgoed in 1768 opnieuw verkocht. In 1780 kochten de kolonel en kapitein ter zee Damiaan Hugo Staring en diens echtgenote Sophia Wynanda Verhuell de Wildenborch. Het landgoed moet toen ca. 600 ha. groot zijn geweest.

Kasteel de Wildenborch te Vorden

De Wildenborch ging onder de Starings en hun erfgenamen een betere tijd tegemoet. In 1782 bouwde Damiaan Hugo aan beide kanten van de oude poorttoren een woonvleugel. Het kasteel krijgt in die tijd ook meer het aanzien van een landhuis. Geleidelijk aan vervingen zij de oude boerderijen door nieuwe. Staring overleed in 1783 en zijn weduwe, die hertrouwde met Mr. W.C. Boers zette het werk voort. In 1791 kreeg de enige zoon, Mr. Antoni Christiaan Wynand Staring, het goed in beheer. Hij bleef daar wonen tot zijn overlijden in 1840. Typisch fysiocraat gaf hij zijn beste krachten aan bebossing, ontwatering, grondverbetering, zich zoveel mogelijk losmakend van functies, die veelvuldig afwezigheid verlangden. Hij is echter vooral als dichter bekend geworden (zie onder ‘De cultuurhistorie van de Wildenborch’).

Na zijn overlijden (1840) en dat van zijn weduwe (1843), werd het goed onder de erven verdeeld. De bijna meerderjarige, op de Wildenborch als wees opgevoede kleinzoon, Mr. Jan Brants, verkreeg het huisperceel met omgeving. Bij zijn meerderjarigheid ruilde hij ander bezit tegen kindsdelen van zijn ooms en tantes en verkreeg zo weer ongeveer 450 ha. van het landgoed. Hij vergrootte het huis door aanbouw van een tuinkamer en door verhoging van de oude voorpoort tot een toren, onder leiding van de architect Heynink, een veelbelovend, maar jong overleden bouwmeester. Brants overleed in 1901. Zijn weduwe in 1907.

In 1907 werd het landgoed in land- en houtpercelen verkocht. Toen verdween het unieke bos achter het huis. Het landgoed werd verkaveld en vele boeren uit de omgeving, die aan het land gehecht waren, kochten percelen op. Bij de veiling verwierf een der zoons, Mr. E.R.E. Brants, het huisperceel met ongeveer 50 ha. Hij kocht het oude geboomte om het huis terug en begon met de inplanting van het vroegere ‘bosket’. Na zijn overlijden in 1924 had opnieuw een veiling plaats, waarbij het grondbezit werd gehalveerd.

De Wildenborch terug in de Staringfamilie

Nadat twee nieuwe eigenaars elkaar snel waren opgevolgd en de ondergang van het kasteel onvermijdelijk leek, kochten de kunsthistoricus Mr. A. Staring en zijn echtgenote Jacoba Henriëtte Magdalena de Mol van Otterloo het kasteel met park en enig bos in 1931. Zij lieten de oostvleugel van het huis verlengen en stijltuinen in het park achter het huis aanleggen. In 1976 is de Wildenborch ondergebracht in een familiestichting.

In 1971 werd het beheer en de bewoning van de Wildenborch overgenomen door Ir. Damiaan Maurits Winand Staring en zijn echtgenote Elise Margaretha Valken. Het huis onderging talloze verbeteringen aan daken, goten, hang- en sluitwerk. Ook het onderhoud van de tuin en de aanplant van bijzondere bomen werden onder het beheer van deze Staring serieus en met liefde ter hand genomen. In 2002 namen dochter Jennine Staring en haar echtgenoot Evert-Kees van de Plassche het beheer over, waarna zij in 2005 naar de Wildenborch verhuisden. Onder hun leiding werden van 2002-2006 diverse noodzakelijke en ingrijpende renovatiewerkzaamheden uitgevoerd. Het bouwhuis werd aangepast aan de wensen van deze tijd om zo een prettig leefklimaat te scheppen voor de nieuwe hovenier met zijn gezin. In het kasteel werd al het leidingenwerk vernieuwd en werden alle ruimten gerenoveerd en opnieuw gestoffeerd. Tegen het huis werd een lifttoren gebouwd, om zo ook minder validen de mogelijkheid te bieden het huis binnen te gaan. Ook kreeg het huis een nieuwe voordeur, geheel in stijl. De oprijlaan werd sterk verbeterd en zodanig ‘verhard’, dat de duizenden fietsers en wandelaars die jaarlijks, tot aan het voorplein toe, komen oprijden en -lopen, zich zonder problemen kunnen verplaatsen. Tenslotte werd ook het onderhoud van de tuin met veel enthousiasme opgenomen: bloemperken werden aangelegd, zichtlijnen werden hersteld en vele andere pijnpuntjes werden aangepakt. Dankzij de familiestichting kon deze gigantische operatie geheel uit eigen middelen worden gefinancierd.

Thans is de Wildenborch goed bewoonbaar en klaar om straks hopelijk weer een volgende generatie bewoners te verwelkomen. Tussen 2008 en 2016 hebben grootscheepse tuinrenovaties plaats gevonden. Zo zijn alle waterpartijen uitgebaggerd, is de beukenberceau gerestaureerd, is de Hermitage herbouwd naar oude tekeningen en foto’s, is de stenen dambrug afgebroken en opnieuw – in iets sierlijker vorm – opgebouwd, zijn de zijmuren bij het kasteel gerestaureerd en is er een nieuwe brug over één van de grachten aangelegd. Daarnaast zijn alle tuinbeelden gerestaureerd. Voor de toekomst zijn er natuurlijk nog wensen (zie onder ‘toekomstplannen’), naast het reguliere onderhoud dat alleen al veel energie en financiële middelen vraagt.

De tuinen

Ten tijde van de dichter A.C.W. Staring in de eerste helft van de 19e eeuw vertoonde het park van de Wildenborch nog alle kenmerken van de formele tuin uit de vorige 18e eeuw, met strakke vormen van hagen en lanen. De huidige vorm van landschapspark kreeg het pas toen de bezitting na de dood van de dichter overging in handen van Jan Isaac Brants, een zoon van zijn oudste dochter. A.C.W. Staring, die land- en bosbouwkundige was, liet de bekende veengoot graven, waardoor het overtollige water afgevoerd kon worden en de grond geschikt werd voor land- en tuinbouw. De bossen, die later de roem van de Wildenborch zouden uitmaken, dateren ook uit die tijd. Ze vormen een passende achtergrond voor de grachten en de lange karpervijver, die in direct zicht van het huis ligt. Staring plantte diverse bijzondere bomen, die ook nu nog te bezichtigen zijn: een libanon ceder, die de doorkijk naar de lange karpervijver accentueert; de eerste Amerikaanse eik, die in Nederland is opgegroeid, staat langs de oprijlaan, zij het in vervallen staat (via zijn botanische connecties was Staring aan eikels van deze toen nieuwe boomsoort gekomen); een moerascypres, die in al haar schoonheid midden in het weiland aan de voorkant van het huis oprijst, omgeven door een smalle waterpartij.

Onder leiding van Jan Isaac Brants verlandschappelijkte het park. Geheel volgens de ideeën van die tijd, werden de grachten zo vergraven, dat zij niet langer als strakke rechte waterlopen hun verdedigingsfunctie kenbaar maakten. Slechts de lange rechte karpervijver bleef in zijn oorspronkelijke vorm gehandhaafd. Brants zette het werk van zijn grootvader voort bij het zoeken naar voor het terrein geschikte nieuwe boomsoorten. Hij plantte grote stukken terrein in en bij zijn dood liet hij dan ook een fraai bebost geheel achter. Nadat het huis vanaf 1924 in andere handen was geweest, kwam het in 1931 weer terug in de Staring familie: Adolph Staring kocht het bezit. Hij was het, die veel heeft bijgedragen aan het huidige aanzien van het park. Hij legde de vele geschoren beukenhagen aan, kocht tuinbeelden en verving de stijve bloemperken achter het huis door een ruim grasveld, dat naar het water toe glooiend afloopt. Er zijn vele verrassingen in de tuin te vinden, zoals:

Staring en de Wildenborch

Behalve voor de (cultuur)geschiedenis van de buitenplaats zelf, is ook voor de geschiedenis van haar bewoners en hun plaats in de maatschappij veel belangstelling (zie ook onder ‘historie van de Wildenborch en haar bewoners):

De diverse leden uit het geslacht Staring, die zo met de Wildenborch zijn verbonden, geven nog steeds aanleiding tot historisch of letterkundig onderzoek. Daartoe wordt toegang verleend tot het omvangrijke Staring archief, dat op de Wildenborch ligt. Onderzoekers worden in het huis ontvangen om de archieven te kunnen bestuderen.